HomeOver SBRVoor wie is Stichting Bram?

Voor wie is Stichting Bram?

Doelgroepomschrijving

De klassen van Stichting Bram bestaan uit kinderen met een meervoudige beperking (MB) en kinderen met een ernstige meervoudige beperking (EMB) die in één van de BAR-gemeenten (Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk) woonachtig zijn. Voor alle kinderen geldt dat zij ten tijde van de aanmelding een kalenderleeftijd hebben vanaf minimaal 3 jaar en maximaal 12 jaar.

 
De kinderen dienen in het bezit te zijn van een passende indicatie waarvoor financiering is gegarandeerd. Voor plaatsing dienen de kinderen toestemming te hebben verkregen van de Plaatsingscommissie. Onder alle omstandigheden is de beslissing vanuit de Plaatsingscommissie bindend.
 

De kinderen staan open voor het contact met de kinderen en leerkrachten van de reguliere basisschool en zijn in staat om, onder begeleiding, meerdere keren per week een basisschoolklas te bezoeken.

 

Indien de kinderen een matige of ernstige verstandelijke beperking hebben waarbij de gedragsproblematiek voorop staat, kunnen deze niet geplaatst worden. Het kan hierbij gaan om kinderen met ernstige vormen van autisme en/of psychiatrische problematiek.

 

Er is bij plaatsing geen sprake van een gedragsstoornis die kan leiden tot onveilige situaties voor het kind zelf en zijn omgeving.

 

Omdat Stichting Bram niet beschikt over een (kinder)verpleegkundige kunnen kinderen waarbij er medische handelingen op de groep noodzakelijk zijn niet geplaatst worden.

 

Indien een leerling bij inschrijving een visuele of auditieve beperking heeft, kan plaatsing alleen overwogen worden indien de leerling onder begeleiding is/komt van Bartiméus, Auris of een andere instantie en deze begeleiding ook binnen Stichting Bram kan worden voortgezet.

 

In het kader van het thuisnabij onderwijs-/ zorgarrangement zijn ouders zelf verantwoordelijk voor het vervoer.

 

Kinderen met een Meervoudige Beperking:

Bij de kinderen die een meervoudige beperking (MB) hebben, is er vaak sprake van een IQ van < 55. De volgende zaken vallen bij deze kinderen op:

      de motorische ontwikkeling gaat langzamer dan passend is bij hun kalenderleeftijd

      de spraakontwikkeling en communicatieve vaardigheden verlopen langzamer dan passend is bij hun kalenderleeftijd

      de spelontwikkeling verloopt trager dan passend is bij hun kalenderleeftijd

      de cognitieve ontwikkeling gaat een stuk trager dan passend is bij hun kalenderleeftijd: de leerling houdt een blijvende achterstand

      de concentratie is van korte duur, er kunnen zich concentratiestoornissen voordoen

 

De kinderen zijn leerplichtig en hebben naast een passend onderwijsaanbod wegens het ontbreken van de dagelijkse zelfredzaamheid zorg en intensieve begeleiding nodig.

  

Kinderen met een Ernstig Meervoudige Beperking:

Bij kinderen met ernstig meervoudige beperkingen (EMB) is veelal gelijktijdig sprake van:

      een ernstige verstandelijke beperking, met een cognitieve leeftijd minder dan twee jaar (waarbij wordt opgemerkt dat deze leeftijd met de bestaande diagnostische instrumenten eigenlijk niet goed te meten is);

      een ernstige motorische beperking (niet zonder hulp zichzelf kunnen voortbewegen, veelal ook niet zonder ondersteuning kunnen staan/zitten).

 

Voor beide beperkingen geldt, dat zij niet het gevolg zijn van veroudering.

 

Voorts is er veelal sprake van één of meerdere zintuiglijke beperkingen.

 

Ook kenmerkt deze doelgroep kinderen zich door het hebben van lichamelijke aandoeningen en ziekten en hierdoor een grote lichamelijke kwetsbaarheid.

 

De risicogebieden zijn vooral:

      epilepsie,

      spijsvertering (GORZ, obstipatie),

      slikproblematiek,

      longen (verminderde longfunctie, recidiverende infectie),

      huidproblemen (allergieën, eczeem);

      en slaapstoornissen.

 

Het voorgaande leidt tot een sterk verminderde tot totale afwezige zelfredzaamheid en vooral ernstige beperkingen in de mogelijkheden tot communiceren.

 

Hierdoor zijn deze kinderen sterk afhankelijk van hun omgeving en doen zij voortdurend een beroep op de omgeving. In de dagelijkse zorg en ondersteuning worden de moeilijkheden op het gebied van de communicatie vaak als het meest centrale element ervaren.

 

Bij kinderen met EMB kan men de beperkingen niet simpel optellen en men kan het ook niet zien als dat de ene beperking het gevolg is van de andere. Er is sprake van een negatieve wisselwerking van de beperkingen en van het feit dat de beperkingen elkaar versterken. Vooral het conflicteren van compensatiemogelijkheden is hierbij het belangrijkste fenomeen. Door deze gegevens ontstaat een nieuw beeld, een geheel eigen bestaanswijze.

 

Bij deze groep kinderen met EMB is er vrijwel altijd een “ontheffing van de leerplicht” en wordt de zorg en begeleiding vanuit de zorgsector gefinancierd.

doneren ws

Facebook



nsgk-logo

Free business joomla templates